VMBC het Anker

Varende modelbouw club uit Nieuwegein. Informatie over de club en haar activiteiten.

Headers VMBC het Anker

Verf

Onderstaand artikel is geplaatst met toestemming van Beagle-one

Kent U dat? Je pakt een potje (bijv. Humbrol) verf, schudt het wat, luistert even tijdens het schudden en schudt nog even wat. Met een kleine schroevendraaier haal je het dekseltje van het potje. Knap, zegt het. Niet hard, maar wel hoorbaar. Fijn, je kan aan de slag. Penseel gepakt, in het potje en lekker even husselen. Gaat wel een beetje stroef. Penseel er uit en …… getver, er hangt een klont aan !!!!!
Hoe kan dat nou? Vorige maand nieuw gekocht en nog maar één keer gebruikt.
Iedereen heeft het wel eens meegemaakt. Vervelend, maar niet onoverkomelijk.

Oorzaken
‘Dat nieuwe potje verf dat je net bij je modelbouwboer hebt gehaald is vers’. Nou, als je deze gedachte (nog steeds) hebt moet je die maar eens even bijstellen. Want, is dat potje wel vers? Altijd een moeilijke vraag om te beantwoorden en wel omdat sommige kleuren hard lopen, zoals dat heet en weer andere niet. Een kleur als Haze Grey zal in het voedingsgebied van een winkel niet zo hard lopen als daar geen grijsbouwers in de buurt zijn. Wanneer er in de omgeving van die winkelier veel autobouwers zitten, zal bijvoorbeeld de kleur Ferarri-rood een grote omzetsnelheid hebben. Het zou zelfs zo kunnen zijn dat zo’n potje Haze Grey wel eens een jaar of twee, drie oud is, of misschien zelfs wel ouder. Op zich is daar niets mis mee. Zo’n potje wordt in de fabriek gemaakt en goed gesloten. Er is echter wel één ding dat zich in de loop van de tijd voordoet.
Voordat we daar verder op in gaan moet je eerst weten dat, grofweg gezegd, verf bestaat uit twee onderdelen, namelijk pigment en verdunning. Het pigment (kleurstof) is zwaarder dan de verdunning en omdat de klant de kleur van zijn keuze op het dekseltje wil zien zal het potje dus altijd op z’n bodem staan. Dus in één en dezelfde stand. Het zal dus niet zo moeilijk zijn om te bedenken dat het pigmentdeel van het mengsel naar de bodem zakt en zich daar als het ware ophoopt. Even voor de duidelijkheid, dit gebeurt altijd, ook al heb je je potje de vorige dag nog gebruikt. Moraal van dit verhaal: goed schudden is dus altijd noodzakelijk.
Er is nog een andere mogelijkheid om met klonten te maken te krijgen. De verdunning is vluchtig en vervliegt dus bij elke mogelijkheid die zich voordoet. “Het lijkt wel alsof mijn verf steeds dikker wordt”, hoor je wel eens zeggen. Ik begrijp dat soort opmerking niet, zeker niet wanneer je ziet dat een pot verf (tijdens een klus) wel een uur of langer openstaat, of dat de deksel er scheef op zit. Iedereen kan je vertellen dat de vluchtige stof in verf verdwijnt en dat de verf dan ‘uithardt’. Je zou zelfs nog een stapje verder kunnen gaan door te stellen dat de verf die op de buitenkant van ons clubhuis is gesmeerd vlak na het smeren vloeibaar was en een dagje later zo hard is als een bikkel. Niemand hoefde daar iets voor te doen. Het ging gewoon vanzelf. In de basis gesteld zou je kunnen zeggen dat er een mengsel van pigment en verdunner op de muur gesmeerd is en dat de pigment het ‘gehouden’ heeft en de verdunner niet, want die is weg. In dit verband zou je zelfs kunnen stellen dat je de leverancier zou kunnen vragen je de helft de prijs van dat dure mengsel terug te betalen omdat je slechts gebruik hebt gemaakt van die andere helft, want dat was hetgeen dat je wilde (en besteld had) en niet het deel dat er toch maar voor niets in schijnt te zitten.

Oplossingen
Waarom dit verhaal? Gewoon, zorg dat er geen lucht bij je verf komt als je deze niet gebruikt. Wanneer je je pot sluit, druk de deksel dan even na met iets stevigs, bijv. een plankje (stukje afval). Moet wel vlak zijn. Op twee manieren kan je dan je pot verf wegzetten, namelijk op de kop of op de gewone manier. In het laatste geval schud je nog even, zodanig dat de inhoud (de verf dus) aan de binnenkant van de dekselrand aanklotst. Het geeft als voordeel dat de lucht, die dan nog van buiten naar binnen zou kunnen komen, door het dunne laagje verf wordt afgesloten waardoor er een luchtdichte afsluiting ontstaat.
Is de verf nu toch zo dik geworden dat kwasten (steeds) onplezieriger wordt, wordt het tijd om te verdunnen en er achter te komen waarmee de verf is verdund. Of beter gezegd, waarmee je de verf kan verdunnen. Dat is heel makkelijk middels een proefje en vereist niet veel tijd:
Neem drie kleine potjes, bij voorkeur van metaal en niet van kunststof. Doe daarin een kleine hoeveelheid verf en voeg daar wasbenzine (potje1), terpentine (potje 2) en thinner (potje 3) bij, in ongeveer dezelfde hoeveelheid en meng het goed door elkaar met een stukje hout. Tandenstoker of zo. Zet dat weg en kom na een half uurtje terug (precies, volgens de zwangerschapstestmethode). Wat je ziet is dat 1 of 2 mengsels (nog) in tact zijn en dat de andere zich als het ware in twee delen heeft/hebben gesplitst. Conclusie lijkt eenvoudig, de (nog steeds) goed uitziende substantie geeft aan welke verdunning gebruikt moet worden.

Klont-Alarm
In het begin van dit verhaal kwam het al naar voren. Het gebeurt je altijd wel een keer: KLONTEN. Maar hoe kom je er vanaf? Bestaat er een afdoende manier van klontbestrijding?
Het antwoord is een kort en bondig JA. En de kosten? Twee keer niets!
Dit heb je er voor nodig: een oude ballpoint, een borrelprikker en een lege closetrol en in een handomdraai heb je je verf in je Humbrol-potje weer lekker vloeibaar.
Wanneer er, naar eigen inzicht, nog voldoende oplosmiddel in je potje zit kan je zonder toevoeging daarvan meteen aan de slag. Zoniet, dan moet je een ietsje oplosmiddel toevoegen. Maar wat kunnen deze onderdelen nou betekenen om in zo’n klein Humbrol potje te rommelen. De clou zit hem in de oude ballpoint. In het klikmechanisme bevindt zich vaak een cilindervormig buisje, met daarop een viertal schoepjes. Dit buisje boor je aan de onderzijde door met een boortje van 2 mm. Daarna lijm je met secondelijm het cocktailprikstokje met de punt in het doorgeboorde gat van het buisje, zodat een roergarde is ontstaan. Als de lijm is uitgehard kun je het (de roergarde dus) in je hobbyboormachine plaatsen. Hiermee is zelfs in dikke klonterige verf in het minibusje van Humbrol te roeren.
En de lege closetrol dan? Nou, mocht je een onverwachte beweging met de boormachine maken of de klont in het potje schiet plotseling los, dan geeft de closetrol bijstand. Plaats de rol (eventueel ingekort tot een centimeter of 5, 6) over het potje en eventuele rondspattende verf schieten niet over je werktafel of op je kleren (want je had net vergeten je om te kleden), maar blijven aan de binnenkant van de rol achter. Houd echter een paar dingen in de gaten. In je ene hand houd je je boormachine vast en met de andere hand houd je, tussen duim en wijsvinger, de closetrol vast. Het is onverstandig om je potje niet vast te houden, dus kantel je de rol en schuif je je middelvinger onder de rol door en klemt daarmee het potje tegen de binnenkant van de rol. Dit geeft controle over het geheel en je kan de hele zaak dan ook meteen kantelen. Je begint nooit in het midden van het potje te roeren, maar altijd aan de zijkant en voorzichtig. Je moet proberen de klont eerst kleiner te krijgen voordat je de illusie hebt dat je kan gaan mengen. Wanneer je niet geheel zeker van je zaak bent, begin dan met het kort aan-en-uit schakelen van je boormachientje.
Zorg altijd dat je een stuk wc-papier of keukenrol naast je hebt liggen. Je kan daar altijd je machine op kwijt en je kan direct je roergarde reinigen (aanrader!). Wees niet bang voor luchtbellen, die zijn er zo weer uit. Wil je die sneller kwijt, tik dan het potje even op je werkblad.Oh ja, nog een hele belangrijke (zeker als je thuis ruzie wilt vermijden): schakel eerst de machine uit en haal ‘m dan naar boven. Niet andersom, of je moet weer willen terugkeren naar de hippieperiode of een spontane aanhanger van het neo-modernisme willen worden. (Appel bijvoorbeeld is er groot mee geworden.) 

Bron: www.modelships-beagle.eu