Het Orgineel.
Zelfrichtende motorreddingboot.
Gebouwd door Gebr. Niestern, te Delfzijl.
Oplevering 30 Oktober 1968.
lengte van 20,37 m.
breedte van 4,15 m.
diepgang van circa 1.50 m.
waterverplaatsing van 53 ton.
Twee Kromhout-motoren van 140 pk.
2 tunnel draaiende vijfbladige schroeven.
Bekostigd uit de nalatatenschap Timman. Genoemd naar mevr. S.P.N. Wolff, erflaatster t.b.v. de KNZHRM

Op 30 oktober 1968 werd bij scheepswerf Gebr. Niestern te Delfzijl de voor rekening van de Noord- en Zuid-Hollandse Redding Maatschappij gebouwde zelfrichtende motorreddingboot Suzanna te water gelaten. De boot werd na afbouw te Den Helder gestationeerd, waar ze op 14 december in dienst gesteld werd. Op 20 september 1997 werd ze door de Dorus Rijkers, een nieuwe snelle reddingboot van het type ‘Johannes Frederik’, vervangen. Ze werd daarna ingedeeld bij de reservevloot van de KNRM en in 1997 aan de IJslandse reddingmaatschappij verkocht. Op 16 april 1998 verliet ze voor de laatste maal haar thuishaven voor de 1200 mijl lange reis naar haar nieuwe reddingstation aan de noordoostkust van IJsland. De Suzanna was de laatste van een serie van vijf boten, waarvan de ‘Carlot’ als eerste in 1960 in de vaart kwam. Ze had een lengte van 20,37 m., breedte van 4,15 m. en diepgang van 1, 40 m. en een waterverplaatsing van 53 ton. Twee motoren van elk 140 pk dreven elk een vijfbladige schroef aan en waren goed voor een maximum snelheid van 10,6 knopen.

Mooie redding:
Een prachtige redding werd met de ‘Suzanna’ op Koninginnedag 1982 verricht. Kustwacht Kijkduin kreeg ‘s-avonds om half negen melding dat de Deense kotter RI 464 ‘Tistlarna’ uit Hvide Sande nabij Den Helder aan de grond geraakt was en water maakte. De ‘Suzanna’ vertrok onmiddellijk met de reddingvlet ‘Cornelius Zwaan’ op sleeptouw. Een harde zuidwesten wind met een ruwe zee noodzaakte de vlet los te gooien en op eigen kracht verder te laten gaan. Omdat de kotterbemanning telkens andere posities opgaf, was aanvankelijk niet duidelijk waar men moest zoeken. De Kustwacht nam echter een radarecho waar nabij de boei WG9 . De reddingboten voeren hierop onmiddellijk het Westgat in en kwamen maar net op tijd, want de kotter zonk voor ogen van de reddingbootbemanning weg en de vier opvarenden lagen al in het koude water. Nadat de drijfnatte en tot op het bot verkleumde drenkelingen aan boord genomen waren, keerde de ‘Suzanna’ onmiddellijk naar Den Helder terug. De ‘Tistlarna’ had een Engelse bemanning.
De Activ met man en muis vergaan:
Een bijzonder zware tocht maakte de ‘Suzanna’ op 1 februari 1983, toen tijdens een zware noordwesterstorm met uitschieters tot windkracht twaalf de Deense schoener ‘Activ’ op circa vijftien mijl noordwestnoord van Den Helder met man en muis verging. Om tien voor twee ‘s-middags gaf het schip noodseinen. Hierop vertrokken helikopters van de MLD en de ‘Suzanna’ van Den Helder en ook het fregat Hr.Ms. Evertsen spoedde zich naar de plaats des onheils. Schipper Kramer van de Suzanna besloot via het Westgat naar buiten te gaan. Er stond een geweldige zee en dwars van de Zuiderhaaksboei werd de ‘Suzanna’ door zware grondzeeën twee maal plat op haar zij gegooid. De slagzij werd op circa 100° geschat en de motoren waren door de automatische kwikschakelaars gestopt. De bemanning kreeg de motoren weer snel aan de praat en de boot kon met alleen wat schade aan de mast haar tocht voort zetten . Van het fregat kreeg men het bericht dat de ‘Activ’ inmiddels gezonken was en er niets meer te redden viel. Wel haalde een heli nog iemand uit het water, maar die bleek al overleden. Vanwege de wel zeer zware zeegang kon de ‘Suzanna’ niet door de zeegaten terug naar binnen. De storm werd buiten af gereden en pas na 27 uur na haar vertrek kon de Suzanna behouden te Den Helder terug keren.

Briz:
Een andere zware tocht was die naar de Russische ‘Briz’. Een Russische sleepboot had de Briz op sleeptouw gehad, maar verloor haar sleep. Zo dreef de ‘Briz’ met zware slagzij en met 56 opvarenden aan boord stuurloos rond bij een westzuidwester storm kracht 12. Helikopters moesten terugkeren omdat het afhalen van de bemanning bij deze storm als te gevaarlijk werd beoordeeld. De reddingboten ‘Carlot’ van Terschelling en ‘Suzanna’ van Den Helder vertrokken in beestachtig weer. De ‘Carlot’ arriveerde rond middernacht en slaagde erin met enorm veel moeite en met grote schade aan eigen schip vijf schipbreukelingen over te nemen. De ‘Suzanna’ arriveerde later. De ‘Carlot’ had verdere pogingen inmiddels opgegeven en ook de schipper van de Suzanna achtte langszij gaan onverantwoord. De schipbreukelingen hadden het aan boord van de ‘Briz’ misschien niet best, maar daar de slagzij van de Briz niet toenam, zaten ze voorlopig veilig. Overnemen bij dit weer betekende zowel de schipbreukelingen als de reddingboot en haar bemanning aan onnodig gevaar blootstellen. Uiteindelijk werden de schipbreukelingen alsnog door helikopters van boord gehaald.

Verontreinigde gasolie:
Na haar vervanging door de nieuwe Dorus Rijkers deed de Suzanna nog enige tijd dienst als reserveboot. Al in 1997 werd bekend dat de boot naar IJsland verkocht was. Daarmee zou ze na de Gebroeders Luden en de Bernard van Leer de derde boot zijn die naar de barre wateren rond IJsland verhuisde. De schipper van Scheveningen zou de boot met een Helderse collega en vier IJslanders over varen. Daarom werd de Suzanna de laatste drie maanden voor haar vertrek op Scheveningen gestationeerd. Op 20 december 1997 vertrok de bemanning van dit station per auto naar Burghsluis (Noordland), waar de Suzanna de reddingboot Graaf van Bylandt tijdelijk vervangen. Op het punt van vertrek kreeg de Scheveningse bemanning te horen, dat één van de motoren tijdens de laatste tocht twee maal stop gevallen was. De motordrijver van station Scheveningen stond erop voor vertrek eerst de brandstoffilters te controleren. Die bleken ernstig vervuild en dienden vervangen te worden. Nadat dit gebeurd was, vertrok de boot naar Scheveningen, waar ze voor de duur van drie maanden de plaats van Koningin Juliana in zou nemen.

Bijna op het hoofd:
Een zoekactie naar een surfer liep bijna slecht af voor de Suzanna en haar Scheveningse bemanning. Op dinsdag 20 januari 1998 werd reddingstation Scheveningen om 12 uur ‘s-middags gealarmeerd. Er zou een surfer met een oranje zeil in moeilijkheden geraakt zijn voor de boulevard. Wipperploeg en Suzanna vertrokken binnen tien minuten. Er stond een zeer ruwe zee en bij het passeren van de havenmond nam de Suzanna drie zware brekers over. Daarna werd dwarszees varend de branding afgezocht, waarbij de boot diverse malen door zware brekers op haar zij werd gegooid. De motoren bleven gelukkig goed draaien en de boot hield zich prachtig. De wipperploeg zocht vanaf het strand de branding af en begon navraag te doen naar de vermiste surfer. Leden van de wipperploeg begaven zich naar de hotelkamer vanwaar de melding kwam. Vandaar bleek niets te zien en de leden van de wipperploeg kregen sterk het vermoeden dat de verbeelding de bewoners van de kamer parten had gespeeld. Inmiddels begonnen steeds meer mensen overal in nood verkerende surfers te zien, soms zelfs tot op slechts vijftig meter van de Suzanna. Ook boeien werden daarbij voor surfers aangezien. Hoewel het vermoeden dat het om een loos alarm ging steeds sterker werd, besloot de Kustwacht een helikopter te sturen. Ook de heli kon niets vinden en vertrok weer naar haar basis. Een nieuwe melding deed de heli weer terugkeren en betekende ook voor de Suzanna en haar bemanning verlenging van de zoekactie. Uiteindelijk werd de zoekactie dan toch afgeblazen. De Suzanna kon terug naar station.

Voor de zee lopend werd op de havenmond aangestuurd. De zee was inmiddels wat afgeslecht. Voor de haven stonden geen brekers meer, maar er liep nog steeds een zeer hoge zee. Met die hoge zee achterin komend werd naar de mening van de motordrijver veel te hard gevaren. Zijn opmerking: ‘Gaan we niet een beetje te hard?’ werd echter genegeerd. Wat gevreesd werd, gebeurde. Een flinke zee kwam de boot achterop lopen, gaf de boot zoveel vaart dat ze ging snijden en onbestuurbaar recht op de harde betonnen kop van het zuiderhavenhoofd af liep. Door voluit achteruitslaan en met meer geluk dan wijsheid kon de boot op nog slechts luttele meters van de harde betonblokken gestopt worden. Volle kracht achteruit draaiend lukte het daarna van het havenhoofd weg te komen. Weer in volle zee werd de stopzak uitgezet en zo kwam de boot alsnog veilig, maar met een hevig geschrokken bemanning, de haven binnen.

Weer gasolieproblemen:
Op maandag 30 maart 1998 bracht de Scheveningse bemanning de Suzanna terug naar Den Helder. Daar werd ze nog eens grondig nagezien voor de grote reis naar IJsland. Op donderdag 16 april vertrok de Suzanna onder begeleiding van haar voorgangster Prins Hendrik en haar opvolgster Dorus Rijkers voor het laatst vanuit Den Helder. Aan boord haar vroegere Helderse schipper en die van station Scheveningen om de IJslandse bemanning van vier wegwijs te maken. Allereerst werd koers naar Stonehaven gezet. Op vrijdag kregen de beide Hollandse schippers het druk met het verwisselen van brandstoffilters: water in de gasolietanks. Op zaterdag werd in het Schotse Stonehaven een tank leeg getrokken en zo goed mogelijk gereinigd. Daarna opnieuw 2400 liter gasolie ingenomen. Zondags in Wick werd nog eens 1000 liter geladen. De volgende dag arriveerde de Suzanna in Thorshavn op de Faeröer eilanden. Midden in de haven stopte één motor. Met de andere en veel rook haalde de Suzanna nog net de kade. Het gasolieprobleem werd nu rigoureus aangepakt. Men haalde alle tanks leeg en het hele brandstofsysteem werd nu uiterst grondig schoon gemaakt. Een plaatselijk bedrijf perste de verstuivers schoon: van de zestien bleken er negen van de zestien slecht aan toe. Nieuwe moesten vanuit IJmuiden per vliegtuig aangevoerd worden. Ook was men door de (bij aanvang van de reis aanzienlijke) voorraad brandstoffilters heen. Vanuit Denemarken werd nieuwe voorraad gestuurd. Dinsdags om vier uur kon de Suzanna haar reis weer voortzetten. Nog eenmaal moest een verstuiver verwisseld worden, maar daarmee bleken de gasolieproblemen eindelijk voorbij. Donderdagsmiddags 23 april 1998 om drie uur arriveerde de Suzanna na een reis van 1220 mijl op haar nieuwe reddingstation Rauferhofnur, waar ze op grootse wijze onthaald werd.
Bert Scheijgrond
mei 1998/november 2001
Zelfs is er een postzegel van de Suzanna uitgebracht ter ere van het 150 jarig bestaan van de K.N.Z.H.R.M
De Bouw
Schaal 1:20






De proefvaart is goed verlopen.
Nog even wat beter afstellen en ze is klaar voor de evenementen………..
Ik vaar op een kwart van het vermogen, anders is ze veel te snel, ik kan natuurlijk ook nog iets kleinere schroeven nemen…..
Ook bij wat meer golven doet ze het geweldig.



de Suzanna wordt gedoopt tijdens de Reddingbootdag op Urk 2008.






